Wezenpensioen 

Als u overlijdt, hebben uw kinderen recht op wezenpensioen. Het wezenpensioen gaat in op de eerste dag van de maand van uw overlijden en loopt door tot het kind 18 jaar wordt. Kinderen die geboren zijn na uw pensioendatum hebben geen recht op het wezenpensioen. Studerende kinderen hebben tot 27 jaar recht op wezenpensioen. Dit geldt ook voor kinderen die het huishouden en de zorg voor ten minste drie andere kinderen onder de 27 jaar overnemen.

Kinderen
Onder 'kinderen' wordt verstaan:
  • uw eigen of geadopteerde kinderen;
  • stief- en pleegkinderen die door u als eigen kinderen worden onderhouden.

Hoogte van het wezenpensioen
Het wezenpensioen bedraagt tijdens de deelneming 10% van uw vaste inkomen. Net als het partnerpensioen is het wezenpensioen ook op risicobasis verzekerd. Zijn beide ouders overleden? Dan wordt het wezenpensioen verdubbeld. Als u gestopt bent met werken bij AkzoNobel, dan blijven uw kinderen recht houden op wezenpensioen. De hoogte is gelijk aan 20% van het levenslange partnerpensioen dat door omzetting van een deel van uw ouderdomspensioen is verkregen. Hebt u uw ouderdomspensioen niet deels omgezet in partnerpensioen, dan doet het pensioenfonds alsof u dat wel gedaan heeft en hebben uw kinderen toch recht op een wezenpensioen.