Bijna met pensioen 

U gaat bijna met pensioen. Hier leest u meer over de keuzes die u kunt maken. U hebt de volgende mogelijkheden:

  • eerder stoppen met werken en uw pensioen eerder laten ingaan;
  • uw ouderdomspensioen voor een deel omzetten in partnerpensioen. We noemen dit uitruilen;
  • eerst een hoger pensioen, daarna lager of andersom.

Eerder met pensioen
U kunt voor uw 65ste met pensioen. Stoppen met werken is in overleg met uw leidinggevende mogelijk vanaf 60 jaar. U ontvangt dan een lager pensioen. Immers, u bouwt minder lang pensioen op én u moet langer met uw opgebouwde pensioen doen. U kunt kiezen of u helemaal stopt met werken of dat u nog een gedeelte van de week blijft werken en alvast een deel van uw pensioen wilt ontvangen.

Ouderdomspensioen uitruilen
Het pensioenfonds gaat er bij uw pensionering vanuit dat u een deel van uw ouderdomspensioen wilt gebruiken voor een partnerpensioen voor uw partner. Uw pensioenfonds regelt dit automatisch. Uw ouderdomspensioen wordt hierdoor lager. Het partnerpensioen bedraagt standaard  70% van het ouderdomspensioen dat u overhoudt. Mocht u liever meer of minder partnerpensioen willen, of misschien wel helemaal geen partnerpensioen, dan kunt u dit in de eerste maand na uw pensionering aangeven bij het pensioenfonds.

Eerst hoger, dan lager pensioen of andersom
Op het moment dat u met pensioen gaat, kunt u kiezen voor tijdelijk een hoger pensioen. In de eerste jaren na uw pensionering krijgt u dan een hogere uitkering, later een lagere uitkering. Andersom kan het ook. Dan ontvangt u eerst een lager pensioen, later een hoger. Deze keuze maakt u eenmalig, als uw ouderdomspensioen ingaat. Voorwaarde is dat de laagste uitkering minimaal 75% van de hoogste uitkering is. Daarnaast gaat de laatste uitkering uiterlijk op uw 70ste in.